Ketelbinkie
(listen to the beginning of the story)
(song from CD - 3,8MB) Ketelbinkie: text: Anton Beuving 
Music: Jan Vogel 
Performance: Het Peter Blanker Consort
 

 

Toen wij van Rotterdam vertrokken

met de Edam een ouwe schuit.

Met kakkerlakken in de midscheeps

en rattennesten in t'vooruit.

Toen hadden we een kleine jongen

als ketelbink bij ons aan boord,

die voor de eerste keer naar zee ging

en nooit van haaien had gehoord.

Die van zijn moeder aan de kade

wat schuchter lachend afscheid nam,

omdat hij haar niet durfde zoenen,

die straatjongen uit Rotterdam.

 

Hij werd gescholden door de stokers

omdat ie van de eerste dag

toen wij maar net de pier uit waren

al zeeziek in het 'foc-sle' lag.

En met jenever en citroenen

werd hij weer op de been gebracht,

want zieke zeelui zijn nadelig

en brengen schade aan de vracht.

 

Als ie dan sjouwend met z'n ketels

van de kombuis naar voren kwam,

dan was het net een brokkie wanhoop,

die straatjongen van Rotterdam.

 

Wanneer hij 's avonds in zijn kooi lag

en na zijn sjouwen eind'lijk sliep

dan schold de man, die wacht te kooi had

omdat ie om z'n moeder riep.

Toen is ie op een mooie morgen

't was in de Stille Oceaan,

terwijl ze brulden om hun koffie

niet van zijn kooigoed opgestaan.

 

En toen de stuurman met kinine

en wonderolie bij hem kwam,

vroeg hij een voorschot op z'n gage,

voor het ouwe mens in Rotterdam.

 

In zeildoek en met roosterbaren

werd hij die dag op 't luik gezet.

De kapitein lichtte zijn petje

en sprak met groc-stem een gebed.

En met een Eén-twee-drie-in-Godsnaam

ging 't ketelbinkie overboord,

die 't ouwetje niet dorst te zoenen

omdat dat niet bij zeelui hoort.

 

De man een extra mokkie schoot-an

en 't ouwe mens een telegram.

Dat was het einde van een zeeman,

die straatjongen van Rotterdam.

 

Drawings by Jorie and Tommie RADSTAKE

Exercises

 

Webmaster: 2003-05-05